dinsdag 23 september 2025

Een situatie ter beoordeling vanuit hoor en wederhoor!

 


Beste Toutenburghers,

In een briefwisseling voorafgaande aan de jaarvergadering van 22 september 2025 wees de penningmeester op het principe van 'hoor en wederhoor'. Naar aanleiding van zijn opmerkingen tijdens de jaarvergadering, en ondanks de afwijzing van mijn voorstel om deze brief ter beoordeling rond te laten gaan, geef ik hierbij alsnog mijn schriftelijke reactie op de zogenaamde "uitnodiging" die ik op 31 oktober 2019 ontving van het toenmalige bestuur.


De reden voor deze reactie is dat deze situatie herhaaldelijk op een eenzijdige manier aan medebewoners wordt gepresenteerd, steeds in het voordeel van het bestuur. Mijn keuze om niet op de uitnodiging in te gaan en schriftelijk te reageren, is weloverwogen en gebaseerd op juridisch advies. Ik leg deze kwestie graag aan u, als bewoner en lezer, voor ter beoordeling op juistheid.




De tekst luidt als volgt:


Bestuur bewonerscommissie Toutenburgh 
Toutenburgh 4 Emmeloord 


Betreft: Mijn reactie op uw brief dd 31 oktober 2019 


Emmeloord, maandag 4 november 2019 


Geachte heer de Jonge / bestuur bewonerscommissie, 


Mag ik u helpen herinneren dat ik zowel u alsook heer Roza tot twee maal schriftelijk gevraagd heb, dd 7 september en 19 september j.l., mij te antwoorden op eerder gestelde vragen, echter heeft u ervoor gekozen niet te antwoorden noch enige andere reactie in welke vorm richting mij te uiten. Dat respecteer ik. 

Voor mij getuigt uw brief dd 31 oktober 2019 van enige mate van superioriteit dat u mij “eenmalig uit te nodigen voor het bijwonen van een bestuursvergadering”, alsof dit een privilege is dat ik bij u langs mag komen voor uw antwoorden op mijn vragen in boven vernoemde brieven? 

In mijn brief dd 19 sept heb ik u beiden, dhr. De Jonge en Roza, erop gewezen dat, wanneer na het verstrijken van de door mij gestelde deadline van 29 september er geen antwoord uwerzijds tot mij zal komen, ik uw brief aan mij dd 7 sept aan derden (zowel intern als extern de Toutenburgh) ter beoordeling zou voorleggen.

Nogmaals, u als voorzitter en penningmeester hebben ervoor gekozen om niet te reageren, waarvan de consequentie hiervan is dat mijn brief dd 25 oktober aan alle bewoners ter beoordeling is uit gegaan. 

Ik weet mij inmiddels gesteund door voldoende ontvangen ingevulde antwoordstroken van medebewoners die dezelfde vragen hebben c.q. mijn beschreven onderliggende elementen herkennen en ook zij verwachten van u antwoorden. 

Derhalve wijs ik uw zgn. “uitnodiging” af en verzoek u vriendelijk doch dringend aan alle bewoners uw antwoorden op gestelde vragen kenbaar te maken. Ik adviseer u om zowel de formele alsook de informele regels van Woonzorg Nederland / het LHP in ogenschouw te nemen en die elke vorm van leefbaarheid voor ons als bewoners in woord en gedrag toejuicht. 

Tenslotte verwacht ik van u dat u uw schrijven dd 6 sept aan mij volledig intrekt en uw excuses aanbied voor deze intimiderende bejegening cq valse beschuldiging van, ik citeer “ontvreemding c.q. diefstal/heling van gordijnen”. 


Ook uw bedreiging dd 31 oktober j.l., “dat ik aan de beurt ben” en mij uitscheld voor “lam-lul” getuigt niet van enige professionaliteit van dhr. Roza en is een voorzitter onwaardig, noch als kandidaat-lid van het LHP. Ook hiervan verwacht ik een persoonlijke excuses aan mij en resoluut terug nemen van deze ranzige uitlatingen. 


Voldoet u niet aan mijn boven gestelde voorwaarden, dan schroom ik niet om een volgende klacht jegens u bij Woonzorg Nederland in te dienen en wederom het LHP nader te informeren. Als ik dhr. J. Kolenbrander juist inschat, dan zal ook hij niet alleen uw briefwisselingen aan mij, maar ook uw andere ongepaste brieven aan andere bewoners van de Toutenburgh ten sterkste afkeuren, temeer omdat dit in elke vorm botst met het hebben van een onbesproken gedrag als kandidaat-lid van het LHP. Misschien is de door dhr. R. Roza zelf genoemde optie om te verhuizen alsnog iets om in overweging te nemen. 
U voldoende geïnformeerd te hebben, 


Met vriendelijke groet, 



Dhr. P. Geeve 


CC Woonzorg Nederland Amstelveen 


Wanneer we bovenstaande uitlatingen integreren in de gedragscodes van het LHP, dan zien we het volgende:

Botsingen met de Integriteitscode van het Landelijk Huurders Platform (LHP)

Aspect uit LHP-code
Botsing met concreet gedrag uit de brief (2019)

Bejegening en taalgebruik (art. 2.8.1–2.8.3) – zero-tolerance voor onbetamelijk gedrag, uitschelden, bedreigen, belastering
- Uitschelden (“lam-lul”) → directe schending 2.8.1/2.8.2. - Bedreiging (“aan de beurt”) → schending 2.8.2/2.8.3 (bedreiging). - Valse diefstalbeschuldiging → belastering/smaad (2.8.3). Normaal volgt onmiddellijke verwijdering, aangifte en permanente uitsluiting.
Specifiek voor bestuursleden (art. 2.8.4)

Bij bewezen ongepast gedrag volgt automatisch ontslag als bestuurslid en levenslange uitsluiting van functies bij het LHP. Roza was op dat moment kandidaat-lid en later voorzitter – deze incidenten maken hem volgens de eigen regels direct ongeschikt. De brief benadrukt terecht dat dit “een voorzitter onwaardig” is en botst met “onbesproken gedrag”.


Kernconcepten integriteit (dienstbaarheid, professionaliteit, zorgvuldigheid)
Persoonlijke scheldpartijen en bedreigingen tonen geen professionaliteit of zorgvuldigheid, en zeker geen dienstbaarheid aan huurdersbelangen.
Versterking van het Woonbond-rapport 2020De in de brief genoemde intimidatie, valse beschuldigingen en bedreigingen vormen precies het soort “beïnvloeding / intimidatie / chantage, enz.” dat de Woonbond als “onacceptabel en duidelijk over een grens gegaan” kwalificeerde. Het feit dat deze concrete voorbeelden al in 2019 speelden en niet werden aangepakt, onderstreept de kritiek van de Woonbond dat WZN jarenlang naliet in te grijpen en een niet-legitiem, toxisch bestuur tolereerde.Pittige conclusie Met deze brief uit 2019 ligt er nu hard, schriftelijk bewijs van persoonlijk wangedrag door dhr. Rob Roza: schelden, bedreigen en valse beschuldigingen – precies de gedragingen waarvoor de LHP-code automatisch ontslag voorschrijft (art. 2.8.4). Dit is geen grijs gebied meer, maar een glasheldere schending van zowel WZN- als LHP-regels, versterkt door het genegeerde Woonbond-rapport.
Het doorlopende patroon – van 2019 tot heden – toont aan dat Roza nooit had mogen doorgaan als voorzitter van de bewonerscommissie, laat staan als landelijk LHP-voorzitter. De hypocrisie is compleet: hij handhaaft zero-tolerance-regels voor anderen, terwijl hij zelf herhaaldelijk over de grens gaat.

Dit bewijs maakt een harde reset niet alleen wenselijk, maar onvermijdelijk: onafhankelijk onderzoek, intrekking van zijn functies en excuses aan gedupeerde bewoners. Alles anders is voortzetting van een systeem dat bewonersbelangen structureel negeert.

Wilt u een reactie achterlaten, dan kunt u dat hier doen en/of andere informatie delen via mail, dan kan dat via tomarisal@gmail.com




Disclaimer: Tenslotte hecht ik er  waarde aan om aan te geven dat welke uiting / actie mijnerzijds dan ook, nooit en te nimmer gericht is op mensen persoonlijk, dus ook nooit om mensen te beschadigen, buiten spel te zetten, enz.. Daarnaast geef ik te kennen dat, mocht ik onjuist zaken benoemen en/of weergeven, ik open sta voor aanvullingen en/of correctie.

 



2 opmerkingen:

Anoniem zei

Is het ooit iemand opgevallen wat deze bewonerscommissie telkens doet wanneer zij lastige vragen en/of opmerkingen krijgen over wat er werkelijk speelt? De persoon in kwestie wordt en/of geframed, en/of geridiculiseerd, en/of belasterd, enz., maar nooit reageren zij op de inhoudelijke vragen of opmerkingen. Ook tijdens de jaarvergadering werd dit gebruikt tijdens de behandeling van de 10 aandachtspunten. Een sluwe manier om enige vorm van waarheidsvinding te ontwijken. Paul, goed dat je dit openbaar maakt, immers is het nu aan de bewoners om te toesten op juistheid.

Anne-Marie zei

Deze brief uit 2019 levert concreet bewijs (in de vorm van een gedocumenteerde klacht) van alleged gedrag dat direct in strijd is met de zero-tolerance richtlijn uit de gedragscode die Roza als LHP-voorzitter zelf moet handhaven. Het toont een patroon van persoonlijke aanvallen, intimidatie en disrespect – precies wat de regels verbieden. Dit versterkt het beeld van hypocrisie: regels streng voor anderen, maar genegeerd door de voorzitter zelf. De openbaarmaking in 2025 suggereert dat deze issues nog steeds relevant zijn of niet zijn opgelost.