Beste lezers,
In 2020 liet Woonzorg Nederland (WZN) een onafhankelijk onderzoek uitvoeren door de Woonbond naar de legitimiteit en het functioneren van de bewonerscommissie in de Toutenburgh. De bevindingen daarvan staan in schril contrast met het positieve beeld dat later naar voren kwam in het Maatschappelijke Visitatie-Rapport over de periode 2020-2023, uitgevoerd door Raeflex.
Dit artikel plaatst beide rapporten naast elkaar. Het doel is helderheid: wat speelde er lokaal, hoe verhoudt zich dat tot de landelijke beoordeling, en wat betekent dat voor de bewoners.
Overzicht van het Maatschappelijke Visitatie-Rapport (2020-2023)
- Strategische visie en monitoring
- Duidelijke verbetering van de professionele samenwerking met het Landelijk Huurders Platform (LHP) op landelijk niveau
- Inzet op innovatieve woonvormen en zorgzame complexen
- Hoge werkdruk en personeelsverloop (wat continuïteit aantast)
- Trage afhandeling van complexe klachten
- Communicatiegaps
- Variabele kwaliteit van de lokale representatie en regionale afstemming
De bevindingen uit het Woonbond-onderzoek 2020 over de Toutenburgh
Het Woonbond-onderzoek (definitieve versie najaar 2020) was een diepgaand, casusgericht onderzoek naar precies één complex. De kernconclusie was glashelder:- De samenstelling voldeed niet aan de wet (niet-huurder als voorzitter zonder geldige uitzondering; geen open verkiezingen).
- De verplichte jaarvergadering met verantwoording vond in 2020 niet plaats.
- Extra activiteiten (wasmunten, logeerkamer, beheer van De Verbinding) leverden inkomsten op voor de commissie, terwijl de kosten via de servicekosten door alle bewoners werden gedragen – in strijd met de regels.
- In de onafhankelijke telefonische enquête (respons 68 %) gaf slechts 21 % van de ondervraagde bewoners aan dat de bewonerscommissie hun belangen bij Woonzorg kon vertegenwoordigen. 31 % wilde dit juist niet. Een groot deel hield zich afzijdig uit angst voor “gedoe” of represailles.
- Er was sprake van polariserend, grensoverschrijdend en dreigend gedrag. Bewoners voelden zich geïntimideerd en uitgesloten. Meer dan de helft maakte geen gebruik meer van De Verbinding vanwege de sfeer.
Concrete kanttekeningen bij de visitatie
Een maatschappelijke visitatie is inherent landelijk en aggregerend. Raeflex beoordeelde de prestaties van een corporatie met circa 42.000 eenheden in 155 gemeenten. Het is geen forensisch onderzoek naar individuele complexen. Lokale conflicten komen alleen in beeld als zij systemisch worden aangekaart door stakeholders of als zij de landelijke cijfers beïnvloeden.- De visitatie prijst de verbeterde relatie met het LHP op landelijk niveau. Tegelijk bleef een concrete, door de Woonbond als niet-legitiem beoordeelde lokale situatie jarenlang bestaan zonder dat Woonzorg de wettelijke bevoegdheid (art. 2A) gebruikte om in te grijpen.
- De door Raeflex zelf genoemde zwaktes – trage afhandeling van complexe klachten, communicatiegaps en variabele lokale representatie – sluiten precies aan bij wat in de Toutenburgh speelde.
- Integriteitsvraagstukken en grensoverschrijdend gedrag binnen een bewonersvertegenwoordiging komen in de visitatie beperkt aan de orde.
Conclusie – Wat ging er mis in de Toutenburgh?
In de Toutenburgh ging het fundamenteel mis op het meest basale niveau van samenleven en vertegenwoordiging.
Een kleine groep binnen de bewonerscommissie gedroeg zich niet als belangenbehartiger van alle bewoners, maar als een gesloten club die de macht naar zich toetrok. Zij voldeden niet aan de wettelijke eisen: geen open verkiezingen, een niet-huurder als voorzitter, geen jaarlijkse verantwoording en geen aantoonbaar draagvlak. Slechts 21 procent van de bewoners vond dat deze commissie hun belangen mocht behartigen.
Tegelijk werden kritische bewoners uitgesloten, geïntimideerd en in een kwaad daglicht gesteld. De gemeenschappelijke ruimte “De Verbinding” werd voor meer dan de helft van de bewoners een plek die zij juist gingen mijden.Dat is precies het tegenovergestelde van wat een bewonerscommissie hoort te zijn in een seniorencomplex: een open, legitieme en verbindende schakel. In plaats daarvan ontstond een toxische sfeer van wantrouwen, angst en polarisatie.
Woonzorg Nederland had de wettelijke bevoegdheid én het duidelijke advies van de Woonbond om hier een einde aan te maken door de commissie niet langer te erkennen. Dat gebeurde niet. Daardoor bleef de knoop jarenlang liggen, ten koste van het woongenot en de veiligheid van vooral de kwetsbaarste bewoners.
Dit is geen detail of “welles-nietes”.
Dit is een structureel falen van lokale vertegenwoordiging en van de controle daarop. Zolang dit soort situaties kunnen voortbestaan onder een landelijk “goed” visitatiecijfer, blijft de bescherming van bewoners op complexniveau tekortschieten.
Alleen door dit helder te benoemen en er naar te handelen, kan de Toutenburgh weer worden wat zij hoort te zijn: een prettige, veilige en respectvolle woonplek voor iedereen.
Reacties zijn welkom – deel je ervaringen in de comments of via tomarisal@gmail.com
DisclaimerTenslotte wil ik benadrukken dat al mijn uitingen en publicaties op dit blog uitsluitend gericht zijn op feiten, handelingen en publieke uitspraken, en nimmer op personen als zodanig. Het is nooit mijn intentie om individuen persoonlijk te beschadigen, te schaden of buiten spel te zetten.Mocht ik onjuiste of onvolledige informatie hebben weergegeven, dan sta ik open voor aanvullingen en correcties. U kunt deze via de reactie-optie kenbaar maken.Reacties zijn welkom, maar worden vooraf gemodereerd. Alleen inhoudelijke reacties die direct betrekking hebben op dit blogartikel worden geplaatst. Persoonlijke aanvallen, scheldpartijen, laster, bedreigingen, off-topic opmerkingen of reacties die geen relatie hebben met de inhoud van het artikel worden niet toegelaten.Bedankt voor uw begrip en voor het constructief meedenken.
Conclusie – Wat ging er mis in de Toutenburgh?
In de Toutenburgh ging het fundamenteel mis op het meest basale niveau van samenleven en vertegenwoordiging.DisclaimerTenslotte wil ik benadrukken dat al mijn uitingen en publicaties op dit blog uitsluitend gericht zijn op feiten, handelingen en publieke uitspraken, en nimmer op personen als zodanig. Het is nooit mijn intentie om individuen persoonlijk te beschadigen, te schaden of buiten spel te zetten.Mocht ik onjuiste of onvolledige informatie hebben weergegeven, dan sta ik open voor aanvullingen en correcties. U kunt deze via de reactie-optie kenbaar maken.Reacties zijn welkom, maar worden vooraf gemodereerd. Alleen inhoudelijke reacties die direct betrekking hebben op dit blogartikel worden geplaatst. Persoonlijke aanvallen, scheldpartijen, laster, bedreigingen, off-topic opmerkingen of reacties die geen relatie hebben met de inhoud van het artikel worden niet toegelaten.Bedankt voor uw begrip en voor het constructief meedenken.


13 opmerkingen:
Dankjewel voor het onder de aandacht brengen hiervan. Ik heb bij mijn rondgang in de flat ook al wat meegekregen van wat er zich in voorgaande jaren heeft afgespeeld. Men is in eerste instantie terughoudend in het uitspreken van hun ervaringen hiermee maar als je aandacht neemt om goed te kijken en te luisteren neem je veel waar. Dichterbij heb ik zelf inmiddels ook al het intimiderende karakter van deze mensen meegemaakt. Maar what doesn’t kill you makes you stronger. Het is tijd voor een frisse wind: verkiezingen voor een nieuwe bewonerscommissie, statuten opstellen zodat duidelijk en openbaar wordt wat de verantwoordelijkheden zijn en hoelang leden hun functie mogen bekleden zodat er meer roulatie komt en ook meer onderlinge controle. De huidige liquide middelen moeten onmiddellijk veiliggesteld worden en er moet een duidelijke splitsing gemaakt worden wat de kas is de bewonerscommissie en wat van de activiteitencommissie. Er moet een meer transparante en deugdelijke financiële boekhouding komen van elk van deze commissies. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met Woonzorg over de niet afgedragen inkomsten van kamerhuur, logeerkamer, wasmunten in de afgelopen jaren en hoe vanaf de nieuwe start te handelen. Voor de activiteitencommissie moeten ook statuten worden opgesteld zodat helder wordt wat hun verantwoordelijkheden zijn en ook wat de roulatie wordt in bestuursleden. Deze statuten moeten voor alle bewoners helder en inzichtelijk zijn zodat we elkaar ook kunnen aanspreken indien iemand zijn verantwoordelijkheden te buiten gaat. Bewoners zouden betrokken moeten worden bij en meedenken moeten kunnen over alle algemene ruimtes, zoals ook De Verbinding, de gezamenlijke tuin en de gezamenlijke balkons. Het huidige schrikbewind moet heel vlug aangepakt worden en verdwijnen!
Beste bewoner,
Dank voor uw open en betrokken reactie. Het is waardevol dat u deelt wat u in de flat waarneemt en wat u zelf heeft ervaren. Zulke signalen helpen om een reëel beeld te houden van hoe de sfeer op dit moment is.
U doet een aantal concrete en nuchtere voorstellen: nieuwe verkiezingen, duidelijke statuten met beperkte zittingsduur, scheiding van de financiën van de bewonerscommissie en de activiteitencommissie, transparante boekhouding, heldere afspraken met Woonzorg over het verleden en meer betrokkenheid van bewoners bij de gemeenschappelijke ruimtes. Dat zijn punten die in lijn liggen met wat eerder in onafhankelijke onderzoeken naar voren is gekomen en die kunnen bijdragen aan meer duidelijkheid en vertrouwen.
Het is daarbij belangrijk op te merken dat we niet opnieuw terechtkomen in een sfeer van polarisatie of kampen. Dat zou de gewenste saamhorigheid onder bewoners kunnen schaden, terwijl we juist een zo breed mogelijk draagvlak willen opbouwen voor een nieuwe, open en verbindende bestuurscultuur.
Een goede basis ontstaat het best door rustig, feitelijk en met respect voor alle bewoners te werk te gaan. Alleen dan kan er ruimte ontstaan voor een frisse start die door zo veel mogelijk mensen wordt gedragen.
Met vriendelijke groet,
Een medebewoner die hecht aan een prettig en respectvol samenleven
Achter de schermen speelde meer !
Een kritische reflectie op de ontwikkeling van de bewonerscommissie
De ontwikkeling van deze bewonerscommissie lijkt in belangrijke mate te zijn voortgekomen uit een strategische koers, waarbij rancune mogelijk een rol heeft gespeeld. De macht, vrijheid en taken die de commissie in de loop der tijd heeft verkregen, zijn destijds mede mogelijk gemaakt door de toenmalige directeur.
Onder het mom van zogenaamde zelfredzaamheid en het participatiebeleid ontstond een situatie die bepaalde belanghebbenden goed uitkwam. Deze ontwikkeling bood kennelijk ruimte om beheerders, die vanuit hun functie en verantwoordelijkheid een belangrijke rol vervulden, strategisch buitenspel te zetten.
In de loop der jaren hebben zich hierdoor tegenstrijdigheden genesteld in de werkwijze en het gedrag van verschillende commissies. Wat oorspronkelijk wellicht bedoeld was om bewoners meer verantwoordelijkheid en zeggenschap te geven, lijkt in de praktijk ook te hebben geleid tot machtsverschuivingen, onderlinge tegenstellingen en een cultuur waarin bepaalde verhoudingen in stand bleven.
Dat deze ontwikkeling jarenlang is getolereerd, roept dan ook vragen op over de rol van de betrokkenen, de gemaakte keuzes en het toezicht op de uitoefening van de verkregen bevoegdheden.
Het blijft een opmerkelijke constatering dat een ontwikkeling met zulke verstrekkende gevolgen zo lang kon voortbestaan zonder dat de ontstane tegenstrijdigheden wezenlijk ter discussie werden gesteld.
Een wonderlijke ervaring, die uitnodigt tot een kritische terugblik op de manier waarop macht, participatie en verantwoordelijkheid zich binnen deze bewonerscommissie hebben ontwikkeld.
Beste reageerder,
Dank voor uw bijdrage. U plaatst de ontwikkelingen rond de bewonerscommissie in een langere historische lijn en wijst op de rol die destijds is gespeeld bij het toekennen van taken en bevoegdheden. Dat is een perspectief dat niet iedereen paraat heeft; slechts weinigen zijn echt bekend met de gang van zaken uit die eerdere periode, en dat is dhr. Roza zelf.
Tegelijkertijd is het van belang om helder te blijven over de verantwoordelijkheidsverdeling. Een bewonerscommissie draagt zelf de volle verantwoordelijkheid voor de wijze waarop zij haar taken uitoefent en voor de cultuur die binnen die commissie ontstaat.
Het onafhankelijke onderzoek van de Woonbond heeft aan de hand van wet- en regelgeving feitelijk vastgesteld dat op meerdere punten niet werd voldaan aan de eisen die aan een bewonerscommissie worden gesteld. Die bevindingen betreffen de legitimiteit, de werkwijze en de vermenging van taken. Juist daarom is het terecht dat het destijds zittende bestuur – inclusief de adviseur – de hand in eigen boezem steekt.
Een kritische terugblik is waardevol, maar mag niet leiden tot het verschuiven van die eigen verantwoordelijkheid. Alleen door die verantwoordelijkheid te nemen, kan er ruimte ontstaan voor een heldere, legitieme en door bewoners gedragen vertegenwoordiging in de toekomst.
Als aanvulling / verheldering het volgende:
Voor een goed begrip van de geschiedenis van de Toutenburgh is het relevant om de rol van dhr. Rob Roza te benoemen. Hij speelde vanaf ongeveer 2012 een centrale rol in de bewonerscommissie van het complex.
In die periode groeiden de taken van de commissie, onder meer rond de wasmunten, de logeerkamers en het beheer van De Verbinding. Eind 2019 / begin 2020 werd hij voorzitter van het Landelijk Huurders Platform (LHP), terwijl hij tegelijkertijd betrokken bleef bij de Toutenburgh-commissie (tot febr. 2025 ook als bewoner van Toutenburgh), onder andere als adviseur.
Volgens de Overlegwet en de LHP-statuten dienen bestuursleden te worden gekozen of aangewezen door en uit de huurders. Of die procedure bij zijn benoeming is gevolgd, is op basis van de beschikbare informatie niet duidelijk aangetoond.
In 2020 verscheen het onafhankelijke Woonbond-onderzoek naar de bewonerscommissie. Daarin werd vastgesteld dat de commissie op dat moment niet voldeed aan de wettelijke eisen, dat de financiële constructies niet in overeenstemming waren met de regels en dat er sprake was van problematisch gedrag en een verstoorde sfeer. Die bevindingen betreffen de periode waarin dhr. Roza een bepalende positie innam.
Hij combineerde daarmee verschillende rollen:
* bestuurslid / voorzitter van de bewonerscommissie Toutenburgh,
* adviseur van die commissie,
* en voorzitter van het LHP
Deze samenloop van functies is van belang om de ontwikkelingen in de Toutenburgh en de trage opvolging van het Woonbond-advies in hun context te kunnen plaatsen.
En tenslotte een reeks feitelijke vragen over belangenverstrengeling
Is het verenigbaar met een onafhankelijke positie als landelijke huurdersorganisatie wanneer de voorzitter van het LHP tegelijkertijd nauw verbonden blijft met één specifieke bewonerscommissie (als voormalig voorzitter en adviseur)?
Mag het LHP, terwijl het geacht wordt de belangen van alle huurders van Woonzorg te behartigen, een advocatenkantoor benaderen om juist die ene bewonerscommissie juridisch te ondersteunen?
Is het toelaatbaar dat dit gebeurt in de periode waarin Woonzorg, op basis van een door haarzelf besteld onafhankelijk Woonbond-onderzoek, juist probeert het beheer en de opbrengsten van wasmunten en logeerkamers terug te nemen van diezelfde commissie?
Hoe verhoudt zich dit tot de wettelijke eis dat een huurdersorganisatie de belangen van de huurders behartigt en niet de belangen van één lokale commissie die volgens datzelfde onderzoek niet legitiem was?
Kan een landelijke overlegpartner nog geloofwaardig en onafhankelijk opereren wanneer zij juridische stappen onderneemt die erop gericht lijken de lokale status quo te beschermen tegen de uitvoering van een onafhankelijk onderzoeksadvies?
Is het wenselijk of zelfs geoorloofd dat één en dezelfde persoon in opeenvolgende en deels overlappende periodes de volgende rollen combineert:
- centrale figuur / voorzitter van de bewonerscommissie Toutenburgh,
- adviseur van die commissie,
- en voorzitter van het Landelijk Huurders Platform?
Deze vragen zijn gebaseerd op de openbare geschiedenis van de Toutenburgh, het Woonbond-rapport 2020 en correspondentie tussen de verschillende partijen. Zij nodigen uit tot reflectie: mag dit binnen de kaders van de Overlegwet en de eisen die aan een representatieve, onafhankelijke huurdersorganisatie worden gesteld?
Het antwoord is aan u als lezer van deze blog.
De genoemde statuten bestaan al in de vorm van een reglement, waar onder meer de maximale zittingstermijn van bestuursleden is vastgelegd. Ik heb er afgelopen voorjaar wat in zitten bladeren, er staat ook een oud rooster voor het aftreden van bestuursleden in. Dit reglement leek mij in grote lijnen in orde.
Echter, toen ik het vorige week nog eens wilde inkijken, bleek dat de volledige administratie uit De Verbinding verdwenen is. Stonden er vroeger nog ordners met papieren van minstens tien jaar geleden, nu is alles weg. De secretaris van de bewonersvereniging heeft eerder toegegeven dat hij papieren thuis bewaart en inzage weigert, tegenwoordig ligt het volledige archief van de bewonersvereniging achter slot en grendel, buiten bereik van de huurders.
Het lijkt erop dat secretaris en penningmeester de bewonersvereniging in gijzeling houden, waarbij informatie, activa en passiva niet meer ten gunste vallen van de huurders van Toutenburgh.
Beste Izak,
Dank voor uw reactie en voor het opnieuw onder de aandacht brengen van het belang van transparantie.
U heeft gelijk dat de bewonerscommissie Toutenburgh bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven als vereniging. Dat maakt de toegankelijkheid van de (financiële) administratie, notulen, reglementen en statuten des te relevanter. Wanneer deze stukken niet of nauwelijks ter inzage zijn voor de leden en bewoners, ontstaat er onduidelijkheid en wantrouwen. U wijst daar terecht en consistent op.
Een vereniging die de belangen van bewoners behartigt, zou juist openheid moeten betrachten. Het verborgen houden of buiten bereik plaatsen van het archief draagt niet bij aan saamhorigheid of een prettig leefklimaat. In een complex waar veel senioren hun laatste levensfase willen doorbrengen in rust, vrede en harmonie, is dat extra schrijnend.
Transparantie over taken, zittingsduur, financiën en besluitvorming is een basisvoorwaarde voor vertrouwen. Zonder die openheid blijft het moeilijk om tot een breed gedragen en legitieme vertegenwoordiging te komen.
Met vriendelijke groet,
Een medebewoner die hecht aan duidelijkheid en een respectvol samenleven
Als ik het goed lees is eigenlijk het resultaat als volgt:
Wat in Emmeloord al problematisch was – een kleine groep die de macht hield, kritiek moeilijk duldde en de eigen belangen verdedigde – werd via het voorzitterschap van Roza zichtbaar op landelijk niveau. Het LHP ging daardoor steeds meer lijken op een verlengstuk van diezelfde bestuurscultuur, in plaats van een breed gedragen, democratisch legitieme en onafhankelijke vertegenwoordiging van alle Woonzorg-huurders. Dat is de kern van hoe de Toutenburgh-cultuur “LHP-achtig” werd: via de persoon, de overlapping van functies en het overnemen van dezelfde gesloten en zelf beschermende werkwijze.
Het is nog veel erger ,dit alles is gelegitimeerd door leidinggevende van Woonzorg Nederland.
Destijds toen de dhr.van de Voort als adviseur opereerde en ook zitting nam in de bewonerscommissie van de Toutenburgh was dit al zeer discutabel.Immers hij was geen bewoner van Woonzorg Nederland en zelfs niet verkozen!!
Dit alles was een adder onder het gras en maakte vele relaties in een ongemakkelijke werk sfeer.
Op deze grondvesten kwam dhr. Roza in beeld met in samenwerking met deze mijnheer van de Voort als (adviseur).
Doordat die zelfde leidinggevende tijdens de reorganisatie de verkoop van munten en de logeerkamers in de knel kwamen om dit onder te brengen bij de bewonersconsulent maakte men een cruciale fout.
Zie het resultaat wat nu speelt.Men heeft daardoor een abnormale werksfeer destijds gecreëerd die schadelijk was voor de onderlinge werkverhoudingen.
Beste reageerder,
Dank voor uw bijdrage. U wijst op een aantal punten die ook in het Woonbond-onderzoek uit 2020 naar voren kwamen.
Het klopt dat dhr. van de Voort als niet-huurder zitting had in de bewonerscommissie en dat dit volgens de toen geldende regels problematisch was. Het rapport stelde vast dat de uitzondering daarvoor niet meer van toepassing was en dat er geen open verkiezing had plaatsgevonden. Ook de vermenging van taken rond wasmunten en logeerkamers werd als onjuist beoordeeld.
U legt daarnaast de nadruk op de rol van leidinggevenden binnen Woonzorg Nederland. Het is juist dat de verhuurder eindverantwoordelijk is voor het toetsen van de legitimiteit van een bewonerscommissie en voor het maken van duidelijke afspraken over taken en financiën. Het onderzoek liet zien dat die toetsing en begrenzing destijds onvoldoende hebben plaatsgevonden.
Tegelijkertijd droeg de bewonerscommissie zelf verantwoordelijkheid voor de manier waarop zij met de verkregen ruimte omging. Een gezonde vertegenwoordiging vraagt om openheid, legitieme samenstelling en respect voor de grenzen van de eigen rol.
Door deze feiten onder ogen te zien, kunnen we beter begrijpen hoe de situatie is ontstaan. Het doel blijft om hiervan te leren en te werken aan een heldere, open en door bewoners gedragen vertegenwoordiging die bijdraagt aan een prettig woonklimaat voor iedereen.
Aanvullende informatie
De bewonerscommissies hebben inderdaad veel ruimte gekregen om te functioneren. Terecht wordt opgemerkt dat zij deze ruimte ook op eigen verantwoordelijkheid hebben benut. Dat neemt echter niet weg dat er kritische kanttekeningen geplaatst moeten worden bij de wijze waarop deze ruimte destijds is verleend en benut.
Gedurende de periode waarin deze bewonerscommissie actief was, heeft Woonzorg Nederland, met ondersteuning vanuit de organisatie en de directie, veel gedaan om deze commissie te faciliteren en haar positie te versterken. De huidige recreatieruimte is daarvan een concreet voorbeeld. Deze is mede mogelijk gemaakt door de inzet en financiële ondersteuning vanuit de directie.
Wat daarbij echter opmerkelijk is, is dat deze ondersteuning kennelijk niet alleen heeft bijgedragen aan het functioneren van de bewonerscommissie, maar ook aan het ontstaan van een machtspositie voor bepaalde personen. Zij werden op een voetstuk geplaatst en kregen daardoor kennelijk het gevoel dat zij meer waren dan anderen, met de bijbehorende houding dat zij zich boven medebewoners konden stellen.
Daarmee rijst de vraag of de geboden ruimte en ondersteuning wel altijd op de juiste wijze zijn benut. Ruimte voor een bewonerscommissie is immers geen vrijbrief om een eigen machtspositie op te bouwen, laat staan om andere bewoners het gevoel te geven dat zij minder te zeggen hebben of er niet toe doen.
Een bewonerscommissie behoort de belangen van álle bewoners te behartigen, niet zichzelf boven hen te verheffen. Dat onderscheid lijkt in de betreffende periode uit het oog te zijn verloren. Het is daarom onvoldoende om uitsluitend te stellen dat de bewonerscommissie de ruimte kreeg om zelfstandig te functioneren. Juist ook de manier waarop zij met die ruimte is omgegaan, verdient een kritische beoordeling.
Beste reageerder,
Dank voor uw zorgvuldige en genuanceerde bijdrage. U brengt terecht naar voren dat bewonerscommissies ruimte hebben gekregen om te functioneren, en dat zij zelf verantwoordelijkheid droegen voor de manier waarop zij die ruimte invulden. Tegelijk plaatst u legitieme kanttekeningen bij zowel de wijze waarop die ruimte destijds is verleend als de wijze waarop ermee is omgegaan.
Het is inderdaad van belang te onderkennen dat ondersteuning en facilitering door de verhuurder – hoe goed bedoeld ook – kunnen leiden tot een onevenwichtige machtspositie wanneer daar onvoldoende grenzen en checks-and-balances tegenover staan. Een bewonerscommissie heeft de taak de belangen van alle bewoners te behartigen. Wanneer die rol omslaat in het verheffen van zichzelf boven medebewoners, raakt het draagvlak en de onderlinge verhoudingen beschadigd.
Uw observatie dat ruimte geen vrijbrief is voor het opbouwen van een eigen machtspositie, sluit aan bij de kern van wat eerdere onafhankelijke bevindingen ook al lieten zien. Door dit onderscheid helder te benoemen, draagt u bij aan een zuiverder begrip van wat er is misgegaan en wat in de toekomst anders moet.
Een reactie posten