Beste Toutenburghers en medehuurders van Woonzorg Nederland,
Daarmee was de wettelijke termijn van zes maanden na afloop van het kalenderjaar niet gehaald.
In december 2025 reageerde Woonzorg Nederland op de vragen die hierover waren gesteld. Daarbij werd onder meer aangegeven dat een huurder pas aanspraak kan maken op wettelijke rente wanneer duidelijk is dat hij of zij daadwerkelijk geld terugkrijgt en welk bedrag dat is.
Dat was een belangrijk juridisch onderscheid. Maar inmiddels zijn we een jaar verder. En opnieuw blijkt er sprake te zijn van problemen met de eindafrekening. Woonzorg Nederland meldt inmiddels zelf dat er opnieuw problemen zijn in het proces van de eindafrekening service- en verbruikskosten over 2025. Volgens Woonzorg Nederland kan op dit moment nog niet worden aangegeven wanneer alle huurders deze afrekening ontvangen.
Daarmee dringt zich een eenvoudige vraag op:
Hoe vaak kan een huurder geconfronteerd worden met technische problemen voordat we ons moeten afvragen of er meer aan de hand is dan een incidentele vertraging?
De wettelijke termijn is niet veranderd
De wettelijke regel is eigenlijk heel eenvoudig. Artikel 7:259 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de verhuurder ieder jaar uiterlijk zes maanden na het verstrijken van een kalenderjaar een gespecificeerd overzicht van de servicekosten aan de huurder moet verstrekken. Voor de servicekosten over 2025 betekent dat:
uiterlijk 30 juni 2026.
Ook Woonzorg Nederland zelf schrijft op zijn website dat huurders ieder jaar vóór 1 juli een afrekening van de servicekosten krijgen. De Huurcommissie bevestigt hetzelfde. Zij schrijft dat de jaarafrekening over 2025 uiterlijk op 30 juni 2026 aan de huurder moet zijn verstrekt. Er bestaat dus weinig onduidelijkheid over de wettelijke uiterste datum.
Technische problemen zijn vervelend, maar veranderen de wettelijke termijn niet
Wij begrijpen heel goed dat automatisering, digitalisering en nieuwe administratieve systemen problemen kunnen opleveren. Ook bij een grote organisatie kunnen systemen verkeerd werken. Maar voor de huurder verandert daarmee de wettelijke termijn niet. De huurder heeft immers gedurende het hele jaar iedere maand netjes het voorgeschreven voorschot betaald. Dat voorschot is geen definitief bedrag. Het is een voorschot op de werkelijke kosten.
Woonzorg Nederland legt dat zelf ook zo uit: huurders betalen maandelijks vooruit en na afloop van het jaar wordt bekeken wat de werkelijke kosten waren. Soms moet de huurder bijbetalen en soms krijgt de huurder geld terug.
Juist daarom is de jaarlijkse afrekening zo belangrijk. De huurder wil weten:
Heb ik te veel betaald of te weinig?
Wat gebeurde er vorig jaar?
In 2025 was de vertraging volgens Woonzorg Nederland eveneens het gevolg van technische problemen. Daarover hebben wij destijds vragen gesteld. De reactie van Woonzorg Nederland was juridisch interessant. De verhuurder stelde dat een ingebrekestelling met als doel wettelijke rente te claimen geen effect heeft zolang de afrekening nog niet is verzonden. Daar valt juridisch iets voor te zeggen. Want zolang de afrekening niet is gemaakt, staat immers nog niet vast:
- of de huurder geld terugkrijgt;
- hoeveel geld de huurder terugkrijgt;
- of de huurder misschien juist moet bijbetalen.
Daarom moeten twee zaken zorgvuldig van elkaar worden onderscheiden.
Screenshot Nieuwsbrief Woonzorg Nederland September 2026
Het te laat verstrekken van de afrekening en het te laat terugbetalen van een vastgesteld bedrag. Die zijn juridisch niet automatisch hetzelfde.
Maar daar begint nu een nieuwe vraag
Stel dat Woonzorg Nederland uiteindelijk een afrekening verstuurt waaruit blijkt:
“U krijgt € 500 terug.”
Dan is vanaf dat moment wél duidelijk dat Woonzorg Nederland € 500 aan de huurder moet terugbetalen. En dan komen we bij een mededeling van Woonzorg Nederland die op zijn minst om uitleg vraagt. Woonzorg Nederland vermeldt namelijk dat bij een terugbetaling 6% rente wordt berekend over maximaal 30 dagen, omdat 30 dagen volgens Woonzorg Nederland de maximale betalingstermijn is. Daarmee ontstaat een nieuwe juridische vraag:
Waar komt die 30 dagen vandaan?
De wet zegt niet: “30 dagen”
Artikel 7:259 BW bepaalt de termijn voor het verstrekken van de jaarlijkse servicekostenafrekening. De wet bepaalt daar niet dat de verhuurder vervolgens nog 30 dagen de tijd heeft om een positief saldo aan de huurder uit te betalen.
Ook op de eigen website van Woonzorg Nederland staat dat de afrekening vóór 1 juli wordt verstrekt en dat de huurder vervolgens geld terugkrijgt wanneer de werkelijke kosten lager zijn dan het betaalde voorschot. Maar waar staat de afzonderlijke termijn van 30 dagen?
Is die opgenomen in:
- de huurovereenkomst?
- de algemene huurvoorwaarden?
- de servicekostenvoorwaarden?
- of is het een interne administratieve termijn van Woonzorg Nederland?
Dat laatste is natuurlijk iets anders dan een wettelijke betalingstermijn.
6% rente is ook niet hetzelfde als wettelijke rente
Ook de genoemde 6% verdient uitleg. Wettelijke rente wegens vertraging in de betaling van een geldsom is geregeld in artikel 6:119 BW. Die rente ziet op de periode waarin de schuldenaar met betaling in verzuim is. De 6% die Woonzorg Nederland noemt, lijkt daarom niet zonder meer hetzelfde te zijn als de wettelijke rente.
Het lijkt eerder te gaan om een door Woonzorg Nederland gehanteerde rentevergoeding over de door haarzelf genoemde termijn van maximaal 30 dagen. Dat hoeft op zichzelf niet verkeerd te zijn. Maar dan willen huurders natuurlijk wel weten:
Op welke contractuele of wettelijke grondslag is die 30 dagen gebaseerd?
Een eenvoudig voorbeeld
Stel:
Een huurder heeft gedurende het jaar € 1.200 aan voorschotten betaald. Na de eindafrekening blijkt dat de werkelijke kosten € 1.000 bedragen. De huurder heeft dus:
€ 200 te veel betaald.
Woonzorg Nederland stelt vervolgens dat zij maximaal 30 dagen nodig heeft om die € 200 terug te betalen. Dan is de vraag niet zozeer:
“Is 30 dagen veel of weinig?”
De vraag is:
“Waarom heeft Woonzorg Nederland daar 30 dagen voor?”
Als die termijn contractueel is afgesproken, kan dat worden aangewezen. Als die termijn wettelijk is voorgeschreven, kan de betreffende wettelijke bepaling worden genoemd. Maar als geen van beide het geval is, lijkt het te gaan om een interne verwerkingstermijn. En een interne verwerkingstermijn is niet automatisch een wettelijke betalingstermijn.
En wat als de afrekening zelf maanden te laat komt?
Daar wordt het nog interessanter. Stel dat de eindafrekening over 2025 pas op 1 november 2026 wordt verstrekt. Dat is ongeveer vier maanden na de wettelijke uiterste datum van 30 juni. Daaruit blijkt vervolgens dat een huurder €500 terugkrijgt.
Kunnen we dan zonder meer zeggen dat Woonzorg Nederland vier maanden wettelijke rente over €500 verschuldigd is?
Nee.
Dat zou juridisch te eenvoudig zijn. De wettelijke rente wegens vertraging in de betaling hangt samen met opeisbaarheid en verzuim. Artikel 6:119 BW koppelt de rente aan de periode waarin de schuldenaar met de betaling in verzuim is.
Het enkele feit dat de jaarlijkse afrekening te laat is verstrekt, betekent dus niet automatisch dat over het uiteindelijk terug te betalen bedrag vanaf 1 juli wettelijke rente loopt. Maar er is wél sprake van een andere vaststelling:
Woonzorg Nederland heeft de wettelijke termijn voor het verstrekken van de afrekening overschreden.
Dat mogen we niet wegpoetsen met de woorden “technische problemen”.
Twee verschillende klokken
Misschien kunnen we het voor huurders het beste voorstellen als twee verschillende klokken.
Klok 1: de afrekening
Deze klok loopt tot uiterlijk 30 juni. Dan moet de jaarlijkse servicekostenafrekening er zijn.
Klok 2: de terugbetaling
Als uit die afrekening blijkt dat de huurder geld terugkrijgt, begint de vraag te spelen wanneer dat concrete bedrag moet worden betaald en vanaf wanneer eventueel sprake is van vertraging.
Die twee klokken moeten juridisch niet door elkaar worden gehaald. Maar evenmin mag de tweede klok door Woonzorg Nederland zonder meer worden vervangen door:
“Wij hebben 30 dagen nodig.”
Daarvoor moet een grondslag bestaan.
En nu gebeurt hetzelfde opnieuw
Het bijzondere aan de situatie van 2026 is daarom niet alleen dat er vertraging is. Het bijzondere is dat we een herhaling zien. In 2025 waren er technische problemen. In 2026 meldt Woonz rg Nederland opnieuw technische problemen met het proces van de eindafrekening over 2025.
Voor een huurder die iedere maand trouw zijn voorschot betaalt, is dat moeilijk uit te leggen. Een computerprobleem bij de verhuurder verandert immers niets aan de maandelijkse betalingsverplichting van de huurder. De huurder moet iedere maand betalen. Dan mag de huurder ook verwachten dat de verhuurder zijn eigen jaarlijkse administratie op orde heeft.
Daarom zijn enkele vragen inmiddels op hun plaats
Wij zouden Woonzorg Nederland graag antwoord zien geven op de volgende vragen.
1. Waarom is ook de eindafrekening over 2025 niet tijdig beschikbaar?
2. Welke technische problemen veroorzaken deze vertraging?
3. Wanneer verwacht Woonzorg Nederland de eindafrekening daadwerkelijk aan alle huurders te hebben verstrekt?
4. Hoeveel huurders worden hierdoor getroffen?
5. Waarom is de wettelijke termijn van artikel 7:259 BW opnieuw niet gehaald?
6. Waarop baseert Woonzorg Nederland de mededeling dat een terugbetaling maximaal 30 dagen mag duren?
7. Staat deze termijn in de toepasselijke huurovereenkomst of algemene huurvoorwaarden?
8. Op welke grondslag wordt vervolgens 6% rente berekend?
9. Indien de eindafrekening na de wettelijke termijn wordt verstrekt en daaruit blijkt dat Woonzorg Nederland een bedrag aan de huurder moet terugbetalen, vanaf welke datum berekent Woonzorg Nederland dan rente over het terug te betalen bedrag en op welke grondslag?
10. Welke structurele maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze situatie zich ook bij de volgende jaarlijkse afrekening opnieuw voordoet?
Het gaat uiteindelijk om vertrouwen
Voor veel senioren is een servicekostenafrekening geen administratieve formaliteit. Het gaat om hun eigen geld. Maand na maand wordt een voorschot betaald. Daarna verwacht de huurder één keer per jaar een duidelijke afrekening waarin staat wat de werkelijke kosten waren.
Dat is geen gunst van de verhuurder.
Het is onderdeel van de wettelijke regeling voor servicekosten.
Woonzorg Nederland zegt zelf dat de jaarlijkse afrekening vóór 1 juli wordt verstrekt. De wet schrijft voor dat de verhuurder uiterlijk zes maanden na het kalenderjaar een gespecificeerd overzicht verstrekt. Wanneer dat vervolgens opnieuw niet lukt vanwege technische problemen, is het begrijpelijk dat huurders vragen gaan stellen.
Niet alleen:
“Wanneer krijg ik mijn geld?”
maar ook:
“Waarom lukt het opnieuw niet?”
En vervolgens:
“Waarop is de door Woonzorg Nederland genoemde betalingstermijn van 30 dagen eigenlijk gebaseerd?”
Geen beschuldiging, maar een gerechtvaardigde vraag
Het is belangrijk om hier zorgvuldig te blijven. Wij stellen niet dat Woonzorg Nederland automatisch vier maanden wettelijke rente verschuldigd is wanneer een afrekening vier maanden te laat komt. Daarvoor zijn de regels over opeisbaarheid en verzuim bepalend. Wij stellen ook niet dat de door Woonzorg Nederland aangeboden 6% rente per definitie onjuist is.
Wat wij wél vaststellen, is dat de wettelijke zesmaandstermijn voor de jaarlijkse afrekening iets anders is dan een eventuele betalingstermijn van 30 dagen.
En juist die twee zaken worden gemakkelijk met elkaar verward. Daarom vinden wij dat Woonzorg Nederland duidelijk moet kunnen uitleggen:
Waar komt de 30-dagentermijn vandaan?
Want als het een wettelijke termijn is, moet de wettelijke grondslag kunnen worden genoemd. Als het een contractuele termijn is, moet kunnen worden aangegeven waar de huurder daarmee heeft ingestemd. En als het een interne administratieve termijn is, dan is de vraag gerechtvaardigd waarom deze als “onze maximale betalingstermijn” wordt gepresenteerd.
Wordt vervolgd?
Misschien ligt hier wel een eenvoudige oplossing. Woonzorg Nederland hoeft daarvoor eigenlijk maar één ding te doen:
de juridische grondslag van de 30-dagentermijn aan de huurders bekendmaken.
Tot die tijd blijft de vraag staan. Want één ding weten we inmiddels zeker:
de huurder betaalt zijn voorschot iedere maand op tijd.
Dan mag diezelfde huurder ook verwachten dat de verhuurder zijn jaarlijkse afrekening tijdig en zorgvuldig uitvoert.
Reacties zijn welkom – deel je ervaringen in de comments of via tomarisal@gmail.com
DisclaimerTenslotte wil ik benadrukken dat al mijn uitingen en publicaties op dit blog uitsluitend gericht zijn op feiten, handelingen en publieke uitspraken, en nimmer op personen als zodanig. Het is nooit mijn intentie om individuen persoonlijk te beschadigen, te schaden of buiten spel te zetten.Mocht ik onjuiste of onvolledige informatie hebben weergegeven, dan sta ik open voor aanvullingen en correcties. U kunt deze via de reactie-optie kenbaar maken.Reacties zijn welkom, maar worden vooraf gemodereerd. Alleen inhoudelijke reacties die direct betrekking hebben op dit blogartikel worden geplaatst. Persoonlijke aanvallen, scheldpartijen, laster, bedreigingen, off-topic opmerkingen of reacties die geen relatie hebben met de inhoud van het artikel worden niet toegelaten.Bedankt voor uw begrip en voor het constructief meedenken.
10 opmerkingen:
Hoe professie zich zelf in het nauw drijft met allerhande uitvluchten.Immers als men flinke investeringen doet om vernieuwde IT systemen aan te schaffen met deze resultaten.
De hardnekkige problemen met de eindafrekeningen bij Woonzorg Nederland slepen zich inmiddels al meerdere jaren voort.Hoewel de corporatie destijds beterschap beloofde door de overstap naar een nieuw IT- en computersysteem, zijn de administratieve achterstanden sindsdien een structureel, jaarlijks terugkerend probleem geworden. Ook voor de recentere kalenderjaren meldt Woonzorg Nederland officieel dat er door hardnekkige procesfouten nog altijd geen duidelijke verzenddatum voor de eindafrekeningen kan worden afgegeven. Huurders moeten hierdoor al jarenlang structureel (soms wel tot diep in het najaar of het volgende jaar) wachten op hun geld of de definitieve afrekening.
Dank voor uw reactie en uw scherpe kanttekening.
Dat de eindafrekeningen ook dit jaar opnieuw vertraging oplopen door technische en procesmatige problemen, terwijl eerder juist in nieuwe IT-systemen is geïnvesteerd, roept inderdaad begrijpelijke vragen op.
Wij vinden het vooral belangrijk om onderscheid te blijven maken tussen vaststaande feiten en conclusies. Juist daarom vragen wij Woonzorg Nederland om duidelijkheid over de oorzaak van de terugkerende vertragingen én over de maatregelen die worden genomen om herhaling te voorkomen.
Uiteindelijk gaat het om iets eenvoudigs: huurders betalen hun voorschotten tijdig en mogen daarom ook een tijdige en transparante afrekening verwachten.
Dank voor uw bijdrage aan de discussie.
Misschien zijn hiermede de feiten te onderschrijven.
https://it-value.nl/klantverhaal/woonzorg-nederland-we-nemen-de-regie-en-besteden-het-beheer-uit-aan-it-value/
Bestec reageerder,
Dank voor deze interessante verwijzing. De informatie van IT-Value geeft inderdaad meer achtergrond bij de omvangrijke ICT-modernisering en het uitbesteden van het ICT-beheer door Woonzorg Nederland. Daaruit blijkt onder meer dat Woonzorg al langere tijd bezig is met de overgang naar een moderne ICT-omgeving en daarbij gespecialiseerde externe partijen inzet.
De link bewijst op zichzelf echter niet dat de huidige problemen met de eindafrekeningen door IT-Value of door deze ICT-omgeving worden veroorzaakt. Wel maakt de informatie de vraag des te relevanter waar de terugkerende problemen precies ontstaan en waarom deze, ondanks de jarenlange ICT-modernisering en uitbesteding van het beheer, nog steeds tot vertraging van de eindafrekeningen leiden.
Juist daarover zouden huurders graag meer duidelijkheid van Woonzorg Nederland krijgen.
Woonzorg profileert zich als maatschappelijke, mensgerichte organisatie voor senioren. Herhaalde vertragingen bij iets zo basis als de jaarlijkse afrekening ondermijnen dat imago, vooral wanneer huurders maandelijks wél netjes moeten betalen. De blog en klachten op Trustpilot laten zien dat dit leeft en vragen oproept over structurele maatregelen.
Beste Jacqueline Laporte,
Dank voor uw reactie. U benoemt inderdaad een belangrijk punt. Woonzorg Nederland profileert zich als de grootste landelijke woningcorporatie en specialist in seniorenhuisvesting, die samen met huurders en partners kleur geeft aan betaalbaar, prettig en toekomstbestendig wonen voor senioren (met of zonder zorgvraag) in eigentijdse leefgemeenschappen gericht op woongeluk. En ook zij behoren zich als corporatie te voegen conform wet- en regelgeving, dus de jaarlijkse servicekostenafrekening moet vóór 1 juli worden verstrekt.
Wanneer die afrekening vervolgens herhaaldelijk vertraging oploopt, is het begrijpelijk dat dit vragen oproept over de betrouwbaarheid van het proces en de maatregelen om herhaling te voorkomen.
Ook op Trustpilot zijn ervaringen van huurders te vinden over vertraagde service- en stookkostenafrekeningen, al moeten dergelijke reviews uiteraard worden gezien als individuele ervaringen en niet als representatief onderzoek.
Juist daarom vinden wij het belangrijk om niet alleen kritiek te uiten, maar Woonzorg Nederland vooral te vragen om duidelijkheid: wat veroorzaakt de terugkerende vertragingen en welke structurele maatregelen worden genomen om deze te voorkomen?
Uit de school geklapt .
De servicekostenberekening is al jarenlang een complex proces, waarbij verschillende berekeningen, administratieve handelingen en technische vraagstukken een rol spelen. Dit heeft in het verleden regelmatig geleid tot vertragingen en onduidelijkheden.
Ook intern bestond er niet altijd overeenstemming over de wijze waarop bepaalde zaken moesten worden uitgevoerd. Daarbij ging het onder andere om technische aspecten, administratieve werkzaamheden, verhuurtaken en de verdeling van verantwoordelijkheden.
Deze problematiek is overigens niet nieuw. Ook jaren geleden deden zich vergelijkbare situaties voor. Systeembeheer, boekhouding, computersystemen en communicatie speelden daarbij een rol. Een steeds terugkerende vraag was bovendien: wie is verantwoordelijk voor een bepaalde berekening of handeling, wie controleert deze en wie informeert vervolgens de bewoners?
Ook de wijze waarop de werkzaamheden van huismeesters werden doorberekend, heeft in het verleden regelmatig tot discussie geleid. De verhoudingen van bijvoorbeeld 70/30 en 50/50 waren daarbij terugkerende onderwerpen van gesprek.
Met de komst van bewonersconsulenten lijkt deze problematiek niet wezenlijk te zijn veranderd. Wanneer duidelijke, eenduidige en consequent toegepaste richtlijnen ontbreken, ontstaat gemakkelijk ruis in de communicatie. Dit kan vervolgens leiden tot achterstanden, verschillende interpretaties en uiteindelijk ook tot achterdocht bij bewoners.
Het is daarom van belang dat er heldere afspraken worden gemaakt over de berekening van servicekosten, de verdeling van verantwoordelijkheden, de administratieve verwerking en vooral de communicatie richting bewoners.
Transparantie en consequent handelen kunnen veel onduidelijkheid voorkomen. Bewoners hebben er recht op om te weten hoe kosten tot stand komen, welke uitgangspunten worden gehanteerd en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Beste reageerder,
Dank voor deze uitgebreide reactie. U geeft daarmee een interessante inkijk in de complexiteit die volgens u al langere tijd rondom de servicekostenberekening en de bijbehorende verantwoordelijkheden bestaat.
Met name de vragen wie waarvoor verantwoordelijk is, wie controleert en wie de bewoners informeert, raken precies aan de kern van de huidige discussie.
De door u genoemde historische voorbeelden en percentages zijn interessant, maar zouden we graag nader kunnen plaatsen voordat we daar conclusies aan verbinden. Als daar documenten, correspondentie of andere concrete onderbouwing voor beschikbaar is, kan dat helpen om het beeld verder te verduidelijken.
Uw belangrijkste punt onderschrijven wij in ieder geval: duidelijke afspraken, transparante berekeningen en een eenduidige verantwoordelijkheid zijn essentieel om achterstanden, misverstanden en wantrouwen bij bewoners te voorkomen.
Juist daarom blijven wij Woonzorg Nederland vragen om niet alleen uit te leggen waarom de eindafrekeningen opnieuw vertraging oplopen, maar ook wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor het proces, wie daarop controleert en welke structurele maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen.
Zoals gevraagd zijn er wel degelijk documenten waarin het gesteggel tot uitdrukking komt over de servicekosten.
Het is betreurenswaardig dat hierdoor tal van personen een beschadigde imago hebben opgelopen .Een houding om eens en voor altijd er een streep te trekken ,tot hier en niet verder, blijft uit.Hoe is het mogelijk dat hierover nog steeds frustraties en vertragingstactieken worden toegepast .Juist met deze voorbeelden .
Zie dit document o.a.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:8096
Dank voor deze concrete verwijzing. Deze uitspraak is zeker interessant, juist omdat al in 2014 sprake was van een juridisch geschil tussen Woonzorg Nederland en een huurder over de berekening en onderbouwing van servicekosten. De rechtbank stelde daarbij op verschillende punten nadere eisen aan de onderbouwing van door Woonzorg opgevoerde kosten.
Daarmee vormt deze uitspraak relevante historische context. Tegelijkertijd moeten we voorzichtig zijn om daaruit rechtstreeks te concluderen dat de huidige problemen dezelfde oorzaak hebben.
Dat maakt de huidige situatie juist opmerkelijk. Naast de opnieuw optredende vertraging bij de jaarlijkse eindafrekening loopt er inmiddels sinds januari 2026 ook een juridische procedure over de servicekosten en de opbrengsten van onder meer de wasmunten en de logeerkamers, die volgens de betrokken huurders niet door Woonzorg Nederland via de servicekosten zijn verrekend. Daarnaast bestaat er discussie over het verstrekken van voldoende specificaties van de in rekening gebrachte servicekosten.
Wanneer vergelijkbare vragen over berekening, onderbouwing, verantwoordelijkheden en transparantie zich over een langere periode blijven voordoen, is het naar onze mening gerechtvaardigd om te vragen welke structurele verbeteringen daadwerkelijk zijn doorgevoerd.
Het gaat ons daarbij niet om het opnieuw oprakelen van oude geschillen, maar juist om de vraag hoe ervoor kan worden gezorgd dat huurders kunnen controleren hoe hun servicekosten tot stand komen, welke bedragen worden verrekend en wie daarvoor verantwoordelijk is.
Dank voor deze verwijzing. De uitspraak uit 2014 geeft in ieder geval aanleiding om ook de historische ontwikkeling van deze problematiek serieus mee te nemen.
Een reactie posten