Beste huurders van Woonzorg Nederland,
Begin september 2026 maakte Woonzorg Nederland (WZN) bekend dat de jarenlange samenwerking met het Landelijk Huurders Platform (LHP) is beëindigd. Ook de formele erkenning van het LHP als landelijke overlegpartner is gestopt. WZN nam dit besluit na een langere periode van gesprekken.
Dit bericht raakt tienduizenden huurders. Daarom zetten we hieronder zo objectief mogelijk op een rij wat er de afgelopen maanden is gebeurd, welke argumenten Woonzorg aandroeg, welke kritiekpunten al langer speelden en hoe het LHP hierop reageerde.
Wat heeft Woonzorg precies besloten?
In het officiële bericht van Woonzorg staat:- Begin september is een einde gekomen aan de samenwerking met het LHP en de erkenning van het platform.
- Redenen:
- De brede inbreng van huurders via het LHP is onvoldoende gegarandeerd.
- Het LHP voldoet daardoor niet (meer) aan de voorwaarden die de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) stelt aan een landelijke overlegpartner.
- Er is onvoldoende vertrouwen meer om de samenwerking voort te zetten.
Tijdlijn van de belangrijkste ontwikkelingen
- Mei 2026: Rob Roza treedt terug als voorzitter van het LHP (na zes jaar). Hij was al per 31 mei officieel gestopt, maar stond daarna nog lange tijd op de website vermeld.
- Zomer 2026: Het LHP functioneert met een waarnemend bestuur. Op de website blijft de oude samenstelling (inclusief Roza) zichtbaar.
- 2 september 2026: Woonzorg publiceert het bericht over beëindiging van de samenwerking en de erkenning.
- 2 september 2026: Het LHP stuurt een mailbericht aan aangesloten bewoners- en huurderscommissies. Daarin stelt het platform dat er juridische procedures lopen (over de vraag of de statuten voldoen aan de Wohv en over uitbetaling van het restant van het goedgekeurde jaarbudget). Het LHP vraagt commissies om adhesieverklaringen van steun.
- 3 september 2026: De LHP-website wordt geactualiseerd. Rob Roza en Ad van Rooij verdwijnen uit de openbare bestuurslijst. Vijay Sampatsing staat nu als vicevoorzitter (en waarnemend voorzitter), met een aangepaste samenstelling van het bestuur.

Samenvatting: Van het bestuur dat tot mei 2026 actief was, zijn vooral de langzittende kernfiguren Rob Roza en Ad van Rooij verdwenen. Vijay Sampatsing is doorgeschoven naar de positie van waarnemend voorzitter. John Klaassen en Anne Stroop zijn de enige duidelijke continuïteit uit de eerdere samenstelling. Er is een nieuw (interim) penningmeestersteam toegevoegd en er zijn meerdere vacatures.
Aandachtspunten die al langer speelden
Verschillende huurders en huurderscommissies hebben de afgelopen jaren (openlijk via dit blog, brieven aan de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen en andere kanalen) kritiekpunten geuit op het functioneren van het LHP. De belangrijkste thema’s die terugkomen:
- Representativiteit en democratische legitimiteit
De Wet op het overleg huurders verhuurder eist dat het bestuur van een huurdersorganisatie wordt gekozen of aangewezen door en uit de huurders die zij vertegenwoordigt. Critici wezen erop dat de statuten van het LHP een vorm van coöptatie (zelfbenoeming door het zittende bestuur) mogelijk maakten. Dit werd gezien als strijdig met de wettelijke eisen. - Financiële afhankelijkheid
Het LHP werd grotendeels (of volledig) gefinancierd door Woonzorg. Critici stelden dat dit de onafhankelijkheid onder druk kon zetten (“wie betaalt, bepaalt”). - Ruggespraak en brede inbreng
Er werd gevraagd of het LHP voldoende actief de mening van de brede achterban ophaalde en of alle huurders(commissies) daadwerkelijk inspraak hadden. Er waren ook signalen over uitsluiting van bepaalde (wel door Woonzorg erkende) commissies bij jaarvergaderingen. - Bestuurscultuur en transparantie
Lokale dossiers (onder meer rond complex Toutenburgh) en vragen over integriteit, vacatiegelden en besluitvorming speelden een rol in de discussie. Deze lokale spanningen werkten door naar het landelijke niveau.
Hoe reageert het LHP?In de mailingbrief van 2 september stelt het LHP (ondertekend door Vijay Sampatsing als waarnemend voorzitter):
- Er lopen juridische procedures over de statuten en over de financiële middelen.
- Bestuursvoorzitter van de RvB zou het LHP eerder juist als een van de sterkste huurdersorganisaties hebben gepresenteerd.
- Signalen over samenwerking / fusie met Habion die feitelijk niet te onderbouwen zijn.
- Het LHP blijft zich inzetten voor de belangen van alle huurders.
- Aangesloten commissies worden gevraagd een korte adhesieverklaring van steun te sturen, die het platform wil gebruiken in de juridische procedures.
- Lokale huurderscommissies (bewonerscommissies) behouden hun rechten op complexniveau.
- Op landelijk niveau is er tijdelijk geen erkende overlegpartner meer. Woonzorg heeft aangekondigd zo snel mogelijk een nieuwe landelijke huurdersvertegenwoordiging te willen organiseren.
- Juridische procedures tussen LHP en Woonzorg lopen nog. De uitkomst daarvan is op dit moment onzeker.
- Huurders hebben er belang bij dat er op landelijk niveau weer een representatieve, democratisch legitieme en onafhankelijke gesprekspartner komt.
Lees ook deze gerelateerde blogartikelen:
Mocht ik onjuiste of onvolledige informatie hebben weergegeven, dan sta ik open voor aanvullingen en correcties. U kunt deze via de reactie-optie kenbaar maken.
Reacties zijn welkom, maar worden vooraf gemodereerd. Alleen inhoudelijke reacties die direct betrekking hebben op dit blogartikel worden geplaatst. Persoonlijke aanvallen, scheldpartijen, laster, bedreigingen, off-topic opmerkingen of reacties die geen relatie hebben met de inhoud van het artikel worden niet toegelaten.Bedankt voor uw begrip en voor het constructief meedenken.
15 opmerkingen:
Jaren geleden werd de bewonerscommissie van Toutenburgh onder voorzitterschap van Rob Roza al benoemd tot de Roza-commissie. Zoals je met regelmaat hebt gedeeld, sijpelde deze vorm van bestuurscultuur door naar landelijk niveau, waardoor men jammer genoeg kon spreken van een landelijk Roza-platform. De afstand tussen dit bestuur en de duizenden huurders was zodanig groot dat er geen sprake meer was van participatie, oftewel er heerste een duidelijke regentencultuur. Mijn waardering dat WZN eindelijk, na jaren van touwtrekken, deze knoop heeft doorgehakt.
Beste Teun P.
Dank voor uw reactie en voor het delen van uw visie.
U legt een verband tussen de eerdere situatie in complex Toutenburgh en de latere ontwikkelingen op landelijk niveau. Die koppeling is door meerdere huurders eerder gemaakt en vormt onderdeel van de bredere discussie over representativiteit en bestuurscultuur die de afgelopen jaren speelde.
Woonzorg Nederland heeft in haar bericht van begin september aangegeven dat de beslissing is genomen na een langere periode van gesprekken en afwegingen, met als kernpunten de brede inbreng van huurders, de eisen van de Wet op het overleg huurders verhuurder en het onderlinge vertrouwen.
Het is goed dat deze ontwikkelingen openlijk besproken kunnen worden. Juist door verschillende perspectieven te horen, kan er gewerkt worden aan een huurdersvertegenwoordiging die breed gedragen en toegankelijk is voor alle huurders van Woonzorg Nederland.
Sinds ik op Toutenburgh woon, alweer bijna een jaar geleden, heeft het LHP niets van zich laten horen: geen welkom, geen introductie, geen informatie. Het wekt hiermee de indruk het zoveelste kliekje te zijn dat vooral in zichzelf is geïnteresseerd. Landelijk Huurders Platform? Ik kan er prima zonder.
Beste Izak,
Dank voor je openhartige reactie.
Je geeft aan dat je sinds bijna een jaar geleden in Toutenburgh bent komen wonen, niets van het Landelijk Huurders Platform hebt gehoord: geen welkom, geen introductie en geen informatie. Dat is een duidelijke en begrijpelijke ervaring.
Precies dit soort signalen – dat het LHP voor veel huurders niet zichtbaar of bereikbaar was – speelde een rol in de beoordeling van Woonzorg Nederland. In het officiële bericht gaf Woonzorg aan dat de brede inbreng van huurders via het LHP onvoldoende was gegarandeerd.
Jouw ervaring illustreert dat punt op een concrete manier. Het is belangrijk dat een landelijke huurdersvertegenwoordiging daadwerkelijk contact maakt met alle huurders, ook met nieuwe bewoners. Alleen dan kan er sprake zijn van echte participatie.
Dank dat je dit deelt. Dit soort feedback helpt om scherp te blijven op wat er nodig is voor een vertegenwoordiging die dichter bij de huurders staat.
De kern van de problematiek is dat gedurende een reeks van jaren, onder het voorzitterschap van de heer R. Roza, de belangenbehartiging van huurders en in het bijzonder de belangen en positie van de bewoners van Toutenburgh naar het oordeel van ondergetekende onvoldoende als uitgangspunt van het bestuurlijk handelen hebben gefungeerd. Er zijn sterke aanwijzingen dat het bewaken van de positie, het gezag en de invloed van de voorzitter binnen de bewonersvertegenwoordiging daarbij een onevenredig zwaar gewicht heeft gekregen.
Deze situatie heeft zich, ondanks de signalen die hierover reeds beschikbaar waren, ook vanaf 2020 voortgezet. Daarbij is de rol van Woonzorg Nederland nadrukkelijk aan de orde. Woonzorg Nederland heeft zich tot 2020, en ook gedurende de periode 2020–2025 binnen het LHP, naar het oordeel van ondergetekende onvoldoende kritisch opgesteld ten aanzien van de wijze waarop de bewonersbelangen werden vertegenwoordigd en ten aanzien van de bestuurlijke verhoudingen binnen de bewonerscommissie Toutenburgh.
Dit klemt temeer nu het rapport van de Woonbond duidelijke en niet mis te verstane signalen bevatte over hetgeen bestuurlijk en organisatorisch binnen de bewonerscommissie Toutenburgh misging. Deze bevindingen konden naar het oordeel van ondergetekende niet worden afgedaan als een intern verschil van inzicht of een reguliere bestuurlijke discussie. Zij noopten tot een fundamentele beoordeling van de governance, de onderlinge verhoudingen, de representativiteit van de bewonersvertegenwoordiging en de wijze waarop de belangen van huurders daadwerkelijk werden geborgd.
1/2
2/2
Daarmee rijst tevens de gerechtvaardigde vraag in hoeverre Woonzorg Nederland haar eigen verantwoordelijkheid heeft genomen en voldoende invulling heeft gegeven aan haar zorgplicht jegens haar huurders en aan de verantwoordelijkheid om te waarborgen dat bewonersparticipatie op een transparante, evenwichtige en onafhankelijke wijze kan plaatsvinden.
Indien Woonzorg Nederland daadwerkelijk voornemens is om schoon schip te maken, zal zij niet kunnen volstaan met het uitsluitend beoordelen van het handelen van het LHP. Een geloofwaardige bestuurlijke evaluatie vereist dat ook de eigen rol, handelwijze en besluitvorming van Woonzorg Nederland gedurende de betreffende periode volledig en onafhankelijk tegen het licht worden gehouden.
Daarbij dient inzichtelijk te worden gemaakt welke signalen bij Woonzorg Nederland bekend waren, op welke momenten deze signalen zijn ontvangen, hoe daarop bestuurlijk is gereageerd en waarom, ondanks de beschikbare informatie en de bevindingen van de Woonbond, niet eerder is ingegrepen of bijgestuurd.
Van Woonzorg Nederland mag in dit verband worden verwacht dat zij volledige openheid van zaken geeft en niet alleen verantwoordelijkheid neemt voor wat aantoonbaar is misgegaan, maar tevens onderzoekt of haar eigen handelen of nalaten heeft bijgedragen aan het voortbestaan van de ontstane situatie.
Zonder een dergelijke integrale en transparante evaluatie bestaat het risico dat uitsluitend de symptomen worden aangepakt, terwijl de onderliggende bestuurlijke tekortkomingen buiten beschouwing blijven. Dat zou onvoldoende recht doen aan de belangen van de huurders en bewoners van Toutenburgh en evenmin bijdragen aan het noodzakelijke herstel van vertrouwen.
Werkelijk schoon schip maken betekent derhalve dat alle betrokken partijen, inclusief Woonzorg Nederland zelf, bereid moeten zijn het eigen handelen kritisch te laten toetsen, verantwoordelijkheid te nemen waar dat aan de orde is en waar nodig structurele maatregelen te treffen. Alleen op die wijze kan worden gekomen tot een transparante, evenwichtige en integere vorm van bewonersparticipatie, waarin niet de positie of het persoonlijke gezag van individuele vertegenwoordigers centraal staat, maar het belang van de huurders en bewoners die zij behoren te vertegenwoordigen.
Mevr. J. van Kesteren
Huurder en betrokken bij huurdersparticipatie
Gelieerd aan De Woonbond
Op persoonlijke titel en vanuit het belang van een zorgvuldige en onafhankelijke huurdersvertegenwoordiging
Geachte mevrouw Van Kesteren,
Dank voor uw uitgebreide en zorgvuldig geformuleerde reactie.
U wijst er terecht op dat de problematiek niet alleen de rol van het voormalige LHP-bestuur betreft, maar ook de vraag hoe Woonzorg Nederland zelf in de afgelopen jaren is omgegaan met signalen over de bewonersvertegenwoordiging. U stelt dat een geloofwaardige evaluatie ook de eigen verantwoordelijkheid en handelwijze van de corporatie moet omvatten.
Dit is een relevant punt. Indien Woonzorg Nederland daadwerkelijk schoon schip wil maken, is het van belang dat ook haar eigen rol kritisch wordt bezien. Een onafhankelijke beoordeling van de wijze waarop de corporatie in de afgelopen jaren is omgegaan met signalen over governance en representativiteit zou daaraan kunnen bijdragen. De Autoriteit woningcorporaties zou in dit kader een rol kunnen spelen, gelet op haar toezichthoudende taak ten aanzien van governance en de belangen van huurders.
Uw bijdrage helpt om de discussie scherp en volledig te houden.
Tijdens zijn afscheidsspeech op 6 mei 2026 sprak Rob Roza de volgende woorden tegen Harry Platte en Marjan van Bergen:
“Wij blijven in de vakgroep bestuurlijke ondersteuning om dingen te doen die van belang zijn om bestuur te ondersteunen in de coaching van de bestuursleden en de samenwerking met Woonzorg te kunnen bestendigen. Niet vanuit bestuursverantwoordelijkheid, maar vanuit een nou een verantwoordelijkheid die wij voelden voor het proces. Je zult ons niet op vergaderingen zien maar om het bestuur te helpen en daar waar geen bestuursleden zijn om te inventariseren wat er kan.”
Deze uitspraak is rommelig geformuleerd, maar de bedoeling is duidelijk. Roza trad formeel terug als voorzitter, maar kondigde tegelijkertijd aan dat hij via een informele “vakgroep bestuurlijke ondersteuning” betrokken zou blijven. Hij gaat het nieuwe bestuur coachen, de samenwerking met Woonzorg bestendigen en inventariseren waar nog mogelijkheden lagen.
Met andere woorden: hij stapte weliswaar terug uit de formele bestuursverantwoordelijkheid, maar gaf expliciet aan dat zijn invloed binnen het LHP zou voortduren. Achter de schermen wilde hij het bestuur blijven sturen en de relatie met Woonzorg blijven beïnvloeden.
Deze aankondiging relativeert het beeld van een volledig afscheid. Het laat zien dat Roza van plan is om, ook na zijn aftreden als voorzitter, invloed op het LHP(-bestuur) als druk blijven uitoefenen op Woonzorg Nederland.
Zo maar de vraag:
Een van de redenen om de samenwerking met het LHP te beëindigen?
Bedankt voor je reactie en voor het plaatsen van dit citaat uit de afscheidsspeech van 6 mei 2026.
Of de aankondiging van Rob Roza dat hij via een informele “vakgroep bestuurlijke ondersteuning” betrokken zou blijven, één van de redenen is geweest voor het besluit van Woonzorg Nederland, is op dit moment niet hard te bewijzen. Woonzorg heeft in haar officiële bericht de volgende hoofdpunten genoemd: de brede inbreng van huurders was onvoldoende gegarandeerd, er werd niet langer voldaan aan de eisen van de Wet op het overleg huurders verhuurder, en er was sprake van een gebrek aan onderling vertrouwen.
Tegelijkertijd is het niet vreemd om de vraag te stellen. Wanneer een aftredende voorzitter openlijk aangeeft dat hij achter de schermen wil blijven coachen, sturen en de relatie met de corporatie wil blijven beïnvloeden, kan dat bij de andere partij het gevoel versterken dat er geen sprake is van een zuivere en volledige bestuurswisseling. Of dit daadwerkelijk heeft meegespeeld in de afweging van Woonzorg, blijft vooralsnog een legitieme vraag en geen vaststaand feit.
Wij houden het daarom bij wat openbaar bekend is en laten ruimte voor verschillende interpretaties. Nieuwe feitelijke informatie die dit verder kan verhelderen, is van harte welkom.
Overigens, interessant in dit verband is ook het LHP-bericht van 23 april 2026. Daarin stond dat de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Woonzorg verrast waren door het vertrek van Roza en zelfs even vreesden dat het hele LHP zou opstappen. Zij waren opgelucht toen bleek dat het LHP met een andere bestuurssamenstelling door zou gaan. Vier maanden later beëindigde Woonzorg zelf de samenwerking. Dit contrast roept de vraag op hoe de verhoudingen zich tussen april en september precies hebben ontwikkeld.
Is het provinciale bestuur van 50plus hiervan op de hoogte / wat vinden zij hiervan? Een van de nieuwe bestuursleden is toch afkomstig uit het landelijke huurders platform. Kan mij voorstellen dat deze achtergrond toch ook mee zal moeten wegen?
Dhr. A. Gerritsen.
Beste heer Gerritsen,
Dank voor uw reactie en de relevante vraag.
Het provinciale bestuur van 50PLUS (met name de afdeling Gelderland) is voor zover openbaar bekend niet officieel in kennis gesteld van het besluit van Woonzorg Nederland om de samenwerking met het Landelijk Huurders Platform (LHP) te beëindigen, noch van de precieze achtergronden daarvan. 50PLUS is een politieke partij die zich inzet voor seniorenbelangen, waaronder wonen en levensloopbestendige huisvesting, maar heeft geen formele of institutionele band met het LHP of met Woonzorg Nederland als corporatie. Er is in de openbare kanalen van 50PLUS Gelderland (website, nieuwsbrieven) geen standpunt of reactie te vinden over deze specifieke kwestie.
U wijst terecht op de achtergrond van een van de nieuwe of aspirant-bestuursleden. Rob Roza (Harderwijk) was tot eind mei 2026 voorzitter van het LHP en heeft zich in juni 2026 kandidaat gesteld voor het provinciale bestuur van 50PLUS Gelderland. Hij hield tijdens de Provinciale Ledenvergadering van 13 juni 2026 ook een presentatie over het thema “Senioren & Wonen”. Zijn jarenlange ervaring met huurdersvertegenwoordiging bij Woonzorg is dus bekend bij de partijleden die bij die vergadering aanwezig waren.
Of en in hoeverre die achtergrond “meeweegt” bij eventuele standpunten of acties van het provinciale bestuur is een interne zaak van 50PLUS. Het is voorstelbaar dat kennis van de praktijk van huurdersparticipatie, representativiteit en de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) van waarde kan zijn bij het formuleren van beleid over seniorenhuisvesting. Tegelijk is 50PLUS een politieke partij en geen huurdersorganisatie; haar primaire focus ligt op politieke belangenbehartiging, niet op het functioneren van een specifiek platform zoals het LHP.
Kortom: een directe formele reactie van het provinciale 50PLUS-bestuur op het Woonzorg-besluit is (openbaar) niet bekend. De aanwezigheid van iemand met LHP-ervaring in of rond het bestuur kan wel degelijk relevant zijn voor hoe de partij naar wonen en participatie van senioren kijkt, maar dat is aan 50PLUS zelf om te bepalen.
Tevens rijst de vraag waarom het bestuur van de bewonerscommissie in deze kwestie schittert door afwezigheid. Zij acht het blijkbaar niet nodig de huurders te informeren (dezelfde vraag kunnen we stellen bij het ventilatieprobleem). Afgelopen voorjaar is er een vergadering geweest voor de huurders, waarvan de notulen blijkbaar in het vierkante archief zijn afgelegd, en sindsdien heeft dit bestuur, bestaande uit penningmeester en secretaris, niets meer van zich laten horen. Heeft deze commissie eigenlijk nog bestaansrecht?
Beste Ir. van Staveren,
Dank voor uw terechte vraag.
De bewonerscommissie van Toutenburgh is al sinds juni 2022 niet meer erkend door Woonzorg Nederland wegens gebrek aan representativiteit en transparantie. Het “bestuur” bestaat slechts uit penningmeester en secretaris. De notulen van de voorjaarsvergadering zijn nooit gedeeld en sindsdien is er volledige stilte – ook over deze landelijke kwestie en over het ventilatieprobleem.
Zonder erkenning, zonder communicatie en zonder naleving van de Wet op het overleg huurders verhuurder heeft deze commissie geen bestaansrecht meer. Het is tijd voor helderheid: óf een nieuwe, democratisch gekozen en erkende commissie, óf een definitief einde aan de huidige situatie.
De situatie is ernstiger. Het bestuur heeft mij herhaaldelijk inzage in documenten jonger dan 10 jaar geweigerd, deze liggen bij de secretaris thuis achter slot en grendel, en hij raakt in paniek als ik ernaar vraag. De penningmeester van de bewonerscommissie lijkt me een ervaren boekhouder, maar het is geen bestuurder, en de secretaris is functioneel analfabeet. Dit bestuur is niet in staat het belang van de huurders van Toutenburgh te dienen, en alleen geïnteresseerd in het eigen belang.
Beste Izak,
Dank voor je openhartige reactie.
Je schetst een ernstige situatie. Weigering van inzage in recente documenten (jonger dan 10 jaar), documenten die privé bij de secretaris thuis liggen, en paniek bij verzoeken om openheid – dat botst rechtstreeks met de wettelijke verplichtingen tot transparantie. Huurders hebben recht op inzage in relevante stukken van een bewonerscommissie (Wet op het overleg huurders verhuurder en het verenigingsrecht).
Je constatering dat het huidige “bestuur” (penningmeester en secretaris) niet in staat lijkt de belangen van de huurders te dienen, sluit aan bij eerdere signalen over gebrek aan representativiteit, communicatie en functioneren. Sinds de intrekking van de erkenning door Woonzorg in 2022 is de legitimiteit van deze commissie al sterk betwist. Jouw ervaringen versterken dat beeld.
Of de kwalificaties die je noemt over de personen kloppen, kan ik niet beoordelen. Wel is duidelijk: een commissie die documenten achter slot en grendel houdt en niet openstaat voor de eigen huurders, dient niet het algemeen belang.
Dit onderstreept opnieuw de noodzaak van helderheid. Een niet-erkende, niet-transparante commissie heeft geen bestaansrecht. Huurders die inzage willen, kunnen dit schriftelijk eisen. Alleen een democratisch gekozen en open commissie kan echt voor de bewoners van Toutenburgh opkomen.
Een reactie posten